Dit heb ik op ‘t www gevonden:
VERONICA en de SCH-26
De opdracht om radiopiraat Veronica te gaan bevoorraden verstoorde het rustige vissersleven van schipper Groen ernstig. Met zijn piepkleine treiler de SCH-26 voer hij alleen bij heel kalm weer uit om vlak onder de kust zijn netten met garnalen te vullen. Handgepeld waren die op de visafslag te koop. Nu moest hij vracht en passagiers tot buiten de territoriale wateren gaan vervoeren. En dat ging zomaar niet! Hogerhand controleerde tot in alle details of er niet tegen regels werd gezondigd. Er moest een watermerk op de SCH-26 worden geschilderd, net als bij echte kustvaarders. Daarbij kwam natuurlijk het ijkwezen controleren. Een ervaren man van de grote vaart, kapitein Eisenloeffel, kreeg de leiding. Schipper Groen en zijn zoon bleven. En er werden in de Haagse binnenstad twee figuren als matroos onder de gage geworven.
Hun belangrijkste taken waren: mond houden en niet overboord spoelen.
De SCH-26
kon nu als kustvaarder Noordzee onder Nederlandse vlag uitvaren. De opdrachten kwamen vanuit het buitenland, mogelijk Panama, waar ook de Veronica geregistreerd zou staan. Veel was onduidelijk. In weekblad de Belgische Post van 3 juni 1960 schreef M.A. Cageling een reportage over het volkenrechtelijk schimmenspel rond radioschip Veronica. Een week eerder berichtte hetzelfde weekblad al over de eerste stormachtige tocht van de SCH-26, pardon, de kustvaarder Noordzee, naar de Veronica. Als fotograaf was ik er getuige van hoe kapitein Eisenloeffel al zijn gezag moest aanwenden om schipper Groen tot doorvaren te bewegen. Hij gebruikte het krachtige argument: “Jij bent nu een klein redertje, ik de kapitein. Vooruit, varen!� En inderdaad de Noordzee, voorheen SCH-26, bleek bestand tegen de hoge golven. Al hingen de twee matrozen onder de gage wel heel erg zwijgzaam en groen rond de neus over de reling de vissen te voeren.
Als dat zo is, kan dat dit scheepje zijn, ja…
groeten,
Rob